OnderhoudNL en brancheorganisaties stellen vragen over wetsvoorstel loontransparantie
OnderhoudNL en brancheorganisaties stellen vragen over wetsvoorstel loontransparantie
Samen met andere brancheorganisaties, waaronder Techniek Nederland en Bouwend Nederland, heeft OnderhoudNL richting Tweede Kamer gereageerd op het wetsvoorstel Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Leden van de kamer kunnen nog tot 24 juni vragen over deze wet stellen aan de minister. De wet moet ervoor zorgen dat medewerkers meer inzicht krijgen in loonverschillen tussen mannen en vrouwen binnen organisaties. OnderhoudNL ondersteunt het doel van de wet, maar vraagt tegelijkertijd aandacht voor de gevolgen van de nieuwe regels voor werkgevers.
Meer transparantie over beloning
Het wetsvoorstel komt voort uit een Europese richtlijn over loontransparantie. Werkgevers moeten straks onder meer:
- gebruikmaken van objectieve en genderneutrale systemen voor functiewaardering;
- sollicitanten vooraf informeren over het salaris of de salarisschaal van een functie;
- sollicitanten niet meer vragen naar hun huidige of eerdere salaris;
- medewerkers inzicht geven in de criteria voor beloning en salarisontwikkeling.
Daarnaast krijgen medewerkers het recht om informatie op te vragen over hun eigen salarisniveau en het gemiddelde salaris van collega's die hetzelfde of gelijkwaardig werk doen.
Rapportageplicht voor grotere werkgevers
Werkgevers met 100 of meer medewerkers krijgen te maken met een rapportageplicht. Zij moeten periodiek gegevens aanleveren over eventuele beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen binnen hun organisatie.
Het doel hiervan is om zichtbaar te maken of sprake is van gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk. Wanneer uit de rapportage blijkt dat er onverklaarbare loonverschillen zijn, kunnen werkgevers verplicht worden om deze verschillen nader te onderzoeken en aan te pakken.
Vragen over uitzendkrachten
Een belangrijk aandachtspunt voor OnderhoudNL en andere brancheorganisaties is de rapportage van gegevens over uitzendkrachten. In het huidige wetsvoorstel ligt deze verantwoordelijkheid bij de organisatie die de uitzendkracht inleent, u dus. Tegelijkertijd beschikt niet u, maar juist de uitzendorganisatie over de loongegevens en voert zij de salarisadministratie uit.
Volgens de brancheorganisaties kan dit leiden tot extra administratieve lasten en een grotere kans op fouten. Daarom is de minister gevraagd om de rapportageplicht voor uitzendkrachten bij de uitzendorganisatie neer te leggen. Dat gebeurt ook in verschillende andere Europese landen, zoals België, Frankrijk en Duitsland.
Uitvoerbaarheid vraagt aandacht
Ook de brede definitie van het begrip ‘beloning’ roept vragen op. Onder beloning vallen niet alleen salarissen, maar ook bijvoorbeeld toeslagen en andere arbeidsvoorwaarden. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan die niet direct wijzen op ongelijke beloning.
Werkgevers zullen deze verschillen moeten analyseren en verklaren. Dat vraagt extra tijd en administratie. OnderhoudNL en de andere brancheorganisaties hebben daarom gevraagd om bij de verdere uitwerking van de wet goed te kijken naar de uitvoerbaarheid en de administratieve lasten voor werkgevers.
Verwachte ingangsdatum
De wet is gebaseerd op de Europese Richtlijn Loontransparantie (EU 2023/970). De beoogde ingangsdatum in Nederland is 1 januari 2027.
Meer over het wetsvoorstel op Rijksoverheid.nl